Home » Slimme aftrekposten 2016: je ziektekosten

Slimme aftrekposten 2016: je ziektekosten

Gepubliceerd op 6 maart 2017 09:30

Wie slim gebruik maakt van aftrekposten, kan aardig wat geld besparen. Helaas is er voor de meesten van ons op dit terrein weinig mogelijk met zorgkosten. Benieuwd wat je nog wèl in mindering mag brengen op je inkomen? Lees het in deel 1 van de jaarlijkse serie van Business Insider over fiscale aftrekposten.

 

Wie gezond is en weinig zorgkosten maakt, kan nog maar weinig aftrekposten opvoeren. De kosten voor een bril of ooglaserbehandeling bijvoorbeeld zijn sinds enkele jaren niet meer aftrekbaar. Ook de premie van je zorgpolis en het eigen risico – die voor de meesten de grootste hap nemen uit het zorgbudget – vallen buiten de aftrek.

En áls je al kosten in aftrek mag brengen, geldt ook nog een forse drempel, die vooral hogere inkomens parten speelt. Ter illustratie: wie vorig jaar 50.000 euro verdiende, heeft te maken met een drempel van maar liefst 1.227 euro. Alleen de zorgkosten die daar bovenuit komen zijn dan aftrekbaar.

De overheid wil hiermee de aftrek beperken voor wie dit het hardst nodig heeft: chronisch zieken met hoge zorgkosten en een relatief laag inkomen. Benieuwd welke kosten nog aftrekbaar zijn?

Algemeen
Je mag de ziektekosten opvoeren van jezelf, je fiscaal partner en eventuele kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en de kosten niet zelf kunnen dragen. Je mag alleen de kosten aftrekken waarvoor je geen vergoeding krijgt. Alles wat je terugkrijgt via je (aanvullende) zorgverzekering of andere instanties, zoals bijzondere bijstand, vallen dus buiten de aftrek. Ook ziektekosten die je voorschiet maar later alsnog krijgt vergoed mag je niet aftrekken.

Dat geldt ook voor de premie voor je ziektekostenverzekering en het eigen risico van 385 euro over 2016. De wettelijke bijdrage aan het Centraal Administratiekantoor (CAK), voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding, thuiszorg of verblijf in een zorginstelling, valt eveneens buiten de aftrek.

Tandarts
Alle overige kosten komen wel voor aftrek in aanmerking. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een dure tandheelkundige behandeling die niet of slechts gedeeltelijk wordt gedekt door je zorgverzekering. Of aan bezoekjes aan de logopedist, fysiotherapeut, homeopaat of acupuncturist waarvoor je je niet aanvullend hebt verzekerd.

Medicijnen
Het heeft geen zin het bonnetje te bewaren van het pakje paracetamol dat je bij de drogist koopt. Aftrek is namelijk alleen mogelijk voor de kosten van medicijnen die door een arts zijn voorgeschreven en die je volledig uit eigen zak hebt betaald. Dit kunnen ook homeopathische medicijnen zijn. Let wel: het gaat alleen om medicijnen die als geneesmiddel worden gebruikt. Medicatie om een ziekte te voorkomen is niet aftrekbaar.

Dieet
Voor dieetkosten geldt een vergelijkbaar regime. Een afslankkuur bij de drogist mag je niet als aftrekpost opvoeren, maar de rekening van een dieet op voorschrift van een arts of diëtist wèl. Je mag hiervoor een vast bedrag aftrekken, afhankelijk van het type dieet. De hoogte hiervan kun je vinden in deze dieetlijst van de Belastingdienst.

Heb je dit dieet maar een deel van het jaar gevolgd, dan moet je deze aftrekpost naar rato opvoeren. Ben je bijvoorbeeld drie maanden op dieet geweest, dan mag je van het vaste bedrag uit de lijst dus een kwart aftrekken.

Als je twee dezelfde diëten hebt gevolgd voor verschillende ziektebeelden, mag je éénmaal tot aftrek overgaan. Dit geldt ook als je voor hetzelfde ziektebeeld twee of meer diëten van deels dezelfde typering volgt. Je mag wel het hoogste bedrag kiezen.
Maar volg je twee diëten met verschillende typeringen voor hetzelfde ziektebeeld, dan mag je het bedrag voor beide diëten aftrekken.

Hulpmiddelen
Voor medische hulpmiddelen moet je goed op de lijst van de Belastingdienst kijken, want lang niet alles mag je  in mindering brengen. Bonnetjes voor de aanschaf van bijvoorbeeld steunzolen, een gehoorapparaat of een prothese mag je opvoeren, evenals alle nota’s voor reparaties, onderhoud en de verzekering van deze hulpmiddelen. Maar voor bijvoorbeeld de aanschaf van een rollator, looprek, krukken, een scootmobiel of rolstoel geldt dat sinds enkele jaren niet meer. Voor een eerder gekochte scootmobiel of rolstoel mag je nog wel de afschrijvingskosten opvoeren (zie verderop).

Hulpmiddelen die je gezichtsvermogen vervangen, zoals een blindenstok, een blindengeleidehond of specifieke aanpassingen aan de computer, zijn eveneens aftrekbaar. Maar middelen die jou helpen beter te zien, zoals een bril, contactlenzen of een ooglaserbehandeling, zijn dat niet.

Heb je vorig jaar een gehoorapparaat gekocht waarvan een deel van de kosten niet werd vergoed, dan mag je het deel dat je zelf hebt betaald aftrekken. Voorwaarde is wel dat de meerprijs is ontstaan omdat je een duurder apparaat wilde hebben om functionele redenen (bijvoorbeeld omdat dat apparaat beter is of prettiger zit). Heb je een duurder apparaat aangeschaft vanwege een persoonlijke voorkeur (bijvoorbeeld omdat je liever een andere kleur wilde), dan zijn deze extra kosten niet aftrekbaar. Ook voor deze aftrekpost geldt dat kosten alleen aftrekbaar zijn als deze niet onder het verplicht en vrijwillig eigen risico of een verplichte eigen bijdrage vallen.

Afschrijvingen
De kosten voor een rolstoel of scootmobiel zijn niet meer aftrekbaar. Maar eventuele afschrijvingskosten zijn dat voorlopig nog wel. Heb je zo’n vervoermiddel voor 2014 aangeschaft en nog niet helemaal afgeschreven, dan mag je het bedrag van de afschrijving blijven aftrekken tot de afschrijvingstermijn is verlopen. Die bedraagt in de meeste gevallen vijf jaar. Houd hierbij wel rekening met de restwaarde. Meestal is dat 10 procent.

Afschrijven is vaak nodig voor hulpmiddelen die na gebruik nog door andere mensen kunnen worden overgenomen. Dit geldt over het algemeen niet voor hulpmiddelen die op maat zijn gemaakt of speciaal voor jou zijn aangepast.

Woningaanpassingen
De kosten voor aanpassingen aan een woning, zoals een aangepaste doucheruimte, zijn sinds 2014 niet meer aftrekbaar. Ook energiekosten of huur voor een aangepaste woning of extra kosten omdat bijvoorbeeld vloerbedekking vanwege een rolstoel sneller slijt mag je niet in mindering brengen. Dat geldt eveneens voor de kosten voor een verhuizing naar een verzorgingshuis en de inrichting van de nieuwe woonruimte.

Overige aanpassingen
Andere aanpassingen, bijvoorbeeld aan je auto of computer, zijn wel aftrekbaar, mits deze vooral worden gebruikt door de zieke of invalide persoon waarvoor die aanpassingen zijn bedoeld.

Vervoer
Chronisch zieken die vaak naar hun huisarts of het ziekenhuis moeten, spenderen aanzienlijk meer geld aan vervoer dan gezonde mensen. Deze extra kosten mag je aftrekken, met aftrek van eventuele vergoedingen van je zorgverzekeraar. Maak je vanwege je ziekte extra vervoerskosten, dan moet je wel aannemelijk kunnen maken dat je duurder uit bent dan iemand met een vergelijkbaar inkomen die niet ziek of invalide is. Om hierachter te komen kun je je eigen kosten vergelijken met de gemiddelden op de website van het Nibud.

Om alvast een indicatie te krijgen: een alleenstaande besteedt gemiddeld 107 tot 328 euro per maand aan vervoer, afhankelijk van de hoogte van het netto-inkomen. Staat er in de Nibud-tabel bij jouw inkomen en huishouden een bedrag van 311 euro, maar geef je iedere maand 370 euro uit aan vervoer, dan mag je voor die maand dus 59 euro als aftrek opgeven bij de belastingaangifte.

Reiskosten voor familiebezoek
Ook de reiskosten voor ziekenbezoek aan huisgenoten zijn aftrekbaar. Dit geldt alleen als de patiënt in totaal langer dan een maand is verpleegd voor dezelfde aandoening. De afstand tussen jullie woning en het ziekenhuis/verzorgingstehuis moet bovendien langer zijn dan tien kilometer. Voor autoritjes mag je 19 cent per kilometer aftrekken en voor tripjes per taxi of het openbaar vervoer de werkelijke reiskosten.

Gezinshulp
Wie extra gezinshulp krijgt, mag onder voorwaarden de kosten aftrekken. Verdiende je vorig jaar meer dan 31.024 euro, dan mag je alleen de kosten opvoeren die boven een bepaalde drempel uitkomen. Deze bedraagt 1, 2 of 3 procent van je inkomen, afhankelijk van de hoogte van je zogeheten drempelinkomen: het resultaat van alle inkomsten en aftrekposten. Zoals gezegd is de wettelijke eigen bijdrage aan het CAK voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding of thuiszorg niet aftrekbaar.

Kleding en beddengoed
Een andere aftrekpost zijn kosten voor extra kleding en beddengoed. Voor deze uitgaven mag je een vast bedrag aftrekken: 300 euro (een tientje minder dan in 2015). Kun je aantonen dat de extra uitgeven hoger waren dan 600 euro, dan geldt een hogere aftrekpost, van 750 euro. Voorwaarde om voor deze fiscale tegemoetkoming in aanmerking te komen is wel dat de kosten rechtstreeks het gevolg zijn van ziekte of invaliditeit en dat deze ziekte (naar verwachting) minimaal een jaar duurt. Je moet de kosten verder naar rato opvoeren. Ben je bijvoorbeeld vanaf juli ziek geweest, dan mag je dus de helft van het bedrag aftrekken.

Overige ziektekosten
Wil je weten welke overige kosten aftrekbaar zijn, kijk dan op dit overzicht van de Belastingdienst.

Uitvaart
De kosten voor uitvaart of crematie vormen geen aftrekpost voor ziektekosten. Je mag deze wel aftrekken van de erfenis. Wel moet je van deze kosten eventuele uitkeringen van een uitvaartverzekering aftrekken. De vrijstelling banksparen voor uitvaartkosten is in 2016 vervallen.

Drempel
Heb je alle kosten bij elkaar opgeteld, dan is het nog steeds de vraag of je voor aftrek in aanmerking komt. Je mag namelijk alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel hangt af van je drempelinkomen.

De lat ligt hoog, vooral voor hogere inkomens. Voor een inkomen onder de 7.563 euro ligt de drempel op 128 euro. Komt je drempelinkomen niet boven de 40.175 euro uit, dan bedraagt de drempel 1,65 procent van dat inkomen. Verdien je meer dan 40.175 euro, dan geldt een drempel van 662 euro, plus 5,75 procent van het bedrag boven 40.175 euro. Een rekenvoorbeeld: verdiende je vorig jaar bijvoorbeeld 50.000 euro verdiend, dan ligt de drempel op 1.227 euro (662 plus 565 euro). Alleen de zorgkosten die daar bovenuit komen mag je aftrekken.

Voor mensen met een fiscaal partner geldt voor een gezamenlijk inkomen onder 15.126 euro een drempel van 256 euro. Daarboven gelden dezelfde drempels als bij mensen zonder fiscaal partner. Deze bedragen worden dus niet verdubbeld. Je moet wel de zorgkosten en beide inkomens bij elkaar optellen.

Voor lagere inkomens: extra verhoging
De overheid komt mensen met een laag inkomen extra tegemoet: zij mogen meer aftrekken dan ze in werkelijkheid hebben betaald voor zorgkosten. Komt je (gezamenlijke) drempelinkomen niet boven de 34.027 euro uit, dan mag je namelijk het bedrag voor de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen met een bepaald percentage: 113 procent voor wie op 1 januari 2016 de AOW-leeftijd had bereikt en 40 procent voor wie op dat moment nog niet de AOW-leeftijd had bereikt.

Heb je een fiscaal partner en heeft een van beiden nog niet de AOW-leeftijd bereikt, dan mogen beide partijen een verhoging van 113 procent doorvoeren. Let wel op: de uitgaven voor genees- en heelkundige hulp en de reiskosten ziekenbezoek tellen niet mee voor deze verhoging. Alle overige posten wel.

 

Bron: Business Insider

 


«   »